WETGEVEND KADER

In het Eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten dat de regels vastlegt waaraan brekers en granulaten in Vlaanderen moeten voldoen, werd een belangrijke wijziging aangebracht (2014), namelijk de verplichting dat de brekers bij acceptatie en verwerking van puin een onderscheid moeten maken tussen puin met een laagmilieurisico-profiel (LMRP) en puin met een hoogmilieurisico-profiel (HMRP). Dit verplicht onderscheid gaat in voege 1 jaar na de erkenning van Tracimat als sloopbeheersorganisatie.

Bij laagmilieurisico puin is het risico dat, na verwerking van dit puin, de gerecycleerde granulaten vervuild zijn beperkt (laag). Dit puin kan in een continu proces verwerkt worden en de controle op de milieuhygiënische kwaliteit kan beperkt worden tot enkele kritische parameters. Bij hoogmilieurisico puin daarentegen is het risico op vervuiling van de granulaten reëel. De HMRP-stromen dienen afzonderlijk behandeld te worden en de gerecycleerde granulaten moeten per 1000 m³ uitgekeurd worden. De volledige parameterlijst van het Vlarema (art. 4.3.2.1) moet hierbij gecontroleerd worden.

Het Eenheidsreglement geeft aan welke stromen de breker als LMRP puin kan aanvaarden en onder welke voorwaarden. Onder andere puin afkomstig van selectief slopen, ontmantelen en renoveren van gebouwen en puin afkomstig van infrastructuurwerken aangeleverd met een verwerkingstoelating van een erkende sloopbeheerorganisatie mag als laag milieurisicoprofiel puin aanvaard worden.

Om een verwerkingstoelating te bekomen en al zo het puin als LMRP-stroom te kunnen aanbieden bij een breker moet het puin selectief gesloopt zijn en moet het een ketenzorgsysteem van een erkende sloopbeheerorganisatie hebben doorlopen die opereert conform het Materialendecreet (art. 13/1) en het Vlarema (art. 4.3.5 tot 4.3.12).

TRACEERBAARHEIDSPROCEDURE

In februari 2017 werd de standaardprocedure Traceerbaarheid sloopmateriaal via een sloopbeheerorganisatie goedgekeurd. Deze standaardprocedure bepaalt de voorwaarden waaraan de traceerbaarheidsprocedure dient te voldoen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • Een uitgebreide traceringsprocedure voor sloop- en afbraakwerken van (1) gebouwen met een bouwvolume > 1.000 m³, en (2) bruggen en tunnels
  • Een vereenvoudigde traceringsprocedure voor sloop en afbraak van gebouwen met een bouwvolume kleiner dan of gelijk aan 1.000 m³
  • Een traceringsprocedure voor infrastructuurwerken
TRACEERBAARHEIDSPROCEDURE TRACIMAT